Blog

Met heel mijn hart wens ik jou dat je er mag zijn …

Jij was vijf en ik was vierentwintig, Het was mijn eerste baan in het basisonderwijs en ik voelde me heel wat. Voor het eerst op kamers, tekenen studeren van voltijd naar deeltijd student en overdag aan het werk. Het kon allemaal niet meer stuk dacht ik. Maar het gaat in dit verhaal niet om mij, het gaat om jou. Jij was vijf en ik kwam jouw klas binnen. Jouw eigen juf was ziek en het kon wel eens lang gaan duren, maar dat wisten wij allebei toen nog niet. Bijna alle kinderen zaten in de kring toen ik binnen kwam. Jij niet, jij zat onder de tafel. Ik ging op “mijn” stoel zitten en keek rond. Ik weet nog dat mijn hart klopte in mijn keel bij het zien van “mijn” 33 kleuters. Niet veel later bleek dat ik één van mijn moeilijkste periodes in het basisonderwijs was gestart toen ik jouw klas binnenstapte maar op dat spannende moment in “mijn” stoel was ik alleen maar zenuwachtig voor mijn eerste dag als echte juf.Nu, bijna vijfentwintig jaar later kan ik zeggen dat ik aan een aantal kinderen uit mijn klassen nog regelmatig denk. Jij bent één van die kinderen. In mijn gedachten kom je minimaal eens per maand nog op enig moment voorbij. Misschien dat ik later nog eens over die andere kinderen vertel, maar dit stukje schrijf ik speciaal voor jou en misschien ook wel voor mezelf omdat ik het er na bijna vijfentwintig jaar nog steeds moeilijk mee heb dat ik jou toen voor mijn gevoel niet genoeg heb kunnen helpen.
Je zat dus onder de tafel. Een jongetje met donker haar en een grauw gezichtje met ernstige ogen die mij nog niet aankeken. Je zat op handen en knieën en keek wat naar de grond. Wat er met je was dat wist ik niet. Eerst ging mijn aandacht uit naar het andere kind dat onder de tafel zat. Zijn moeder was er wel, in tegenstelling tot die van jou, en hij was boos dat ze vertrok. Zo zorgde ik er dus in mijn eerste minuten als juf voor dat zij met een gerust hart kon vertrekken. Vanaf het moment dat de deur achter haar dicht ging voelde ik eigenlijk al dat jouw klas geen klas was voor een beginnende en onzekere juf als ik toen (en nu nog wel een beetje) was. Gelukkig kreeg in hierin veel steun, begrip en bevestiging van mijn toenmalige collega’s. Nadat we na een week jouw klas eerst maar eens van verhuisdozen vol privé spullen van jouw juf ontdeden en schoon en overzichtelijk maakten en we bij elkaar zaten om voor deze groep heel duidelijke regels op te stellen en afspraken te maken over wat ik kon doen als het ook met die regels moeilijk zou blijven om van jullie klas een groep te maken kreeg ik er een beetje vertrouwen in.
Na ongeveer een half uurtje kwam je onder de tafel uit gekropen en tijgerde je naar je stoel. Je maakte zachte geluidjes die leken op het geluid van een kat. Ik kon nu even echt in je ogen kijken. Het grijs van je ogen maakte het wit van je gezicht nog witter. Zo is het in ieder geval in mijn herinnering. Je ging op je stoel zitten maar op het moment dat ik je naam uitsprak kroop je er weer onder. Ik hoor mezelf nog zeggen dat je echt op je stoel moest gaan zitten maar het kwam bij jou niet binnen.  Ik weet nog dat ik dat als een vreselijk verlies voelde omdat ik sowieso al lucht leek voor minimaal een derde van de kinderen die voor mij in de kring zaten.
Het was en bleef moeilijk voor mij in jouw groep. Een groepje jongens vertoonde echt pestgedrag naar de andere kinderen en deze jongens waren door mij niet te bereiken. Ik zou er wat voor geven om nu opnieuw binnen te komen in jouw groep met alles wat ik nu kan en weet en voel, maar we weten helaas dat dat niet aan de orde is. Ik voelde me afglijden en viel zienderogen af van de stress en toch probeerde ik vol te houden, ik denk voor jou.
In de maanden dat ik jouw juf was leerde ik jou en het leven wat je had een beetje kennen. Soms was je jezelf, een spelend kind van vijf en vaak zat je onder de tafel en was je een hondje of een poesje. Ik begreep jou toen ik sprak met de intern begeleider van de school en een begeleider van jouw gezin en mijn hart brak voor jou. Je had het moeilijk thuis omdat je moeder het moeilijk had met zichzelf. Door de omstandigheden waarin ze zat dacht ze waarschijnlijk voornamelijk aan haar eigen verdriet en pijn. Het gevolg voor jou was in mijn interpretatie dat je thuis geen kind mocht zijn, dat je thuis niet jezelf kon zijn. Dat je stil in je hoekje moest zijn en dat je moest zien hoe jullie hond en kat wel de aandacht kregen waar jij waarschijnlijk zo naar snakte. Op dat moment nam ik me voor om nog beter voor je te zorgen en dat deed ik met alles wat ik in me had. Inmiddels mocht je na schooltijd met de taxi naar een buitenschoolse opvang. Als de taxi kwam, die mooie grote blinkende zwarte auto waarin jij nog breekbaarder leek dan je al was, gaf je mij een knuffel en een kus op mijn mond. En ik zwaaide tot de taxi de hoek om was en nog iets langer. Daarna stortte ik in, iedere dag weer, omdat het mij ondanks alle moeite niet lukte om rust in jouw klas te brengen.
Na een flink aantal weten in jouw groep bedacht ik dat het fijn voor jullie zou zijn om een brief mee naar huis te krijgen over jullie ontwikkeling. Ik schreef de brieven voor alle kinderen van groep 2. Op jouw brief schreef ik dat je een hele lieve jongen was, dat je mij graag hielp en bij me in de buurt wilde zijn en je ook vrij genoeg voelde om steeds meer te gaan spelen. Op de dag dat jullie deze brieven mee naar huis hadden gekregen rinkelde vlak voordat ik naar huis ging de telefoon in het kamertje van de directeur. Het was voor mij en het ging over jou. Aan de andere kant hoorde ik de boze stem van jouw moeder. Haar boosheid was naar mij gericht. Ze had gelezen wat ik over jou had geschreven en haar conclusie was dat ik jou maar bar slecht kende. Ik wist het gesprek nog een beetje te redden door te vertellen hoe ik jou op school meemaakte en dat ik uit haar verhaal begreep dat zij dit anders zag. Heel veel meer weet ik niet meer van dit telefoongesprek. Ik geloof dat mijn collega in haar rol van intern begeleider het gesprek van mij heeft overgenomen. Ik weet dat echter niet eens meer zeker.
Er gingen nog een paar weken voorbij waarin ik uiteindelijk niet meer staande bleef in jouw groep. De woorden van de directeur van de school, wiens kamertje naast jouw klas was, dat ik maar beter nooit meer aan kleuters kon beginnen, gaven mij het laatste zetje.
met heel veel pijn in mijn hart besloot ik te stoppen met mijn eerste echte invalbaan. Ergens was ik opgelucht dat ik niet meer hoefde maar ik wist ook dat dat betekende dat ik jou moest loslaten. Dat loslaten heb ik nooit echt gedaan.
De laatste dag dat ik jouw juf was vertelde ik je over mijn vertrek. De laatste dag dat ik jouw juf was liep ik voor de laatste keer met je mee naar de taxi. De laatste dag dat ik jouw juf was gaf ik jou voor de laatste keer een knuffel en een kus. Jij moest huilen en ik huilde met je mee en je keek me aan. Ik zag de blik van een in de steek gelaten kind. Ik was de ontvanger van jouw blik en hij is nooit maar dan ook nooit meer van mijn netvlies af gegaan.
Een paar maanden nadat ik jou in de steek had gelaten, want ja zo voelde ik dat, kwam ik een collega van jouw school tegen. Je zat daar niet meer op school omdat je ook niet meer bij je ouders woonde maar in een pleeggezin. Dat is het laatste wat ik van je weet ook al ben je nog steeds bij me. Ik hoop zo dat je in je kracht bent gekomen, dat je alle kansen hebt gekregen die je verdient, dat je beseft hoe uniek je bent en dat je er mag zijn. Jij bent één van de redenen dat ik de afbeeldingen wil maken zoals je die hier ziet. Deze is symbolisch voor jou omdat ik met heel mijn hart voor je wens dat je van onder je stoel op de heuvel bent geklommen om daar te blijven staan.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *